Zoeken
U bevindt zich hier
Direct inschrijven

Inhoud

De opleiding kenmerkt zich door een unieke en interessante combinatie van procesveiligheid en arboveiligheid. De uitwisseling van kennis over en toepassing van methoden en technieken op beide terreinen biedt de cursist inzicht en overzicht op het gebied van de veiligheidskunde. Aansluitend op de technische vooropleiding ontwikkelen de cursisten vaardigheden in het strategisch adviseren, rekening houdend met klant- en organisatiekenmerken. Deze kennis en vaardigheden vinden hun toepassing in het begeleiden van organisaties naar een werkend en aantoonbaar managementsysteem op het gebied van veiligheid en arbeidsomstandigheden. Andere vaardigheden zijn het toepassen van eisen rond veiligheid en arbeidsomstandigheden in ontwerpprocessen, het uitvoeren van audits en het begeleiden van tijdelijke (bouw)projecten.

 

De opleiding besteedt expliciete aandacht aan de ontwikkeling van de hogere veiligheidskundige als professioneel consultant. Hiermee bieden afgestudeerde veiligheidskundigen een meerwaarde in een omgeving waarin risicobeheersing in de samenhang van techniek, organisatie en gedrag van belang is.

 

Omvang van de opleiding en studiebelasting

De opleiding bestaat uit ca. 1.000 uur, waarvan ca. 220 uur contacturen zijn. De tijd voor de eindopdracht bedraagt gemiddeld 300 uur. Globaal kan worden gesteld dat de tijd die aan voorbereiding en nazorg moet worden besteed anderhalf keer de tijd van de lessen is. De genoemde getallen zijn natuurlijk indicaties en kunnen per cursist sterk verschillen. De tijd die aan de studie besteed moet worden zal sterk afhangen van de ervaring en voorkennis van de cursist.

 

Brochure

Download hier de brochure van de opleiding

 

Module 1: Veiligheid

In deze module staat de wet- en regelgeving centraal. Naast de wetgeving op het gebied van arbeidsveiligheid wordt ook aanpalende regelgeving behandeld zoals verkeersveiligheid, consumentenveiligheid, voedselveiligheid, patiëntveiligheid en transportveiligheid.

 

Module 2: Competenties bij adviseren

Het ontwikkelen van adviesvaardigheden staat centraal. Het accent in deze module ligt op het herkennen en verder ontwikkelen van eigen competenties. Gedurende ca. een half jaar wordt in vervolg op deze module binnen een intervisiegroep gewerkt aan het (verder) ontwikkelen van competenties die voor een veiligheidskundige van belang zijn.

 

Module 3: Veiligheidstechniek en arbeidshygiëne

Hier wordt een breed vakinhoudelijk pakket van veiligheidskundige en arbeidshygiënische onderwerpen behandeld. Doel van deze module is de vakkennis vergroten. Bij de veiligheidskundige onderwerpen staan situaties centraal die tot directe effecten (gezondheidsletsel of materiële schade) kunnen leiden. Bij de arbeidshygiënische onderwerpen gaat het om situaties die op langere termijn tot gezondheidsschade en beroepsziekten kunnen leiden.

 

Module 4: Risico-inventarisatie en -evaluatie

Centraal in deze module staat de risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE). Er wordt ingegaan op het proces: welke stappen kunnen gezet worden om binnen een bedrijf een goede RIE uit te voeren, die ook op draagvlak binnen het bedrijf kunnen rekenen. Verschillende gangbare modellen en instrumenten komen aan bod. Vanuit het principe van riskmanagement worden theorieën, methoden en technieken behandeld m.b.t. risicoherkenning, risicoanalyse, risicoweging en risicobeheersing. De risico’s die gesignaleerd worden, worden herleid tot achterliggende basisrisicofactoren. Ook wordt aandacht besteed aan het leren rapporteren en presenteren.

 

Module 5: Ongevallen

Deze staat in het teken van ongevallenanalyses. Hier leert de cursist hoe ongevallen gemeld en geregistreerd kunnen worden. Hoe feiten verzameld kunnen worden om te komen tot een reconstructie van het ongeval. Expliciet wordt daarbij ook geoefend met interviewtechnieken. Vervolgens wordt een palet aan analysetechnieken aangereikt, waarmee het feitelijke onderzoek naar directe en achterliggende (basis)oorzaken kan worden gedaan. Op basis van de resultaten van die onderzoeken kan geadviseerd worden over verbetermaatregelen. Inzicht in de oorzaken van ongevallen stelt de organisatie in staat om haar arbomanagementsysteem verder te verbeteren.

 

Module 6: Industriële, externe en procesveiligheid

Deze module is gericht op externe, industriële en procesveiligheid. De methoden en technieken in het vakgebied kwantitatieve risicoanalyse (QRA) richten zich vooral op het in kaart brengen van risico’s met grote gevolgen voor mens, omgeving en materieel (majeure risico’s). Onderwerpen die in deze module aan de orde komen zijn onder meer: effect-schade modellen, faalkansen van technische installaties, menselijk falen, gevaarsidentificatietechnieken, veiligheid in de ontwerpfase, HAZOP en MOC-technieken, SIL-classificatie, BRZO, PBZO, ARIE, ATEX en PGS15.

 

Module 7: Beïnvloeden van mensen en organisaties

Module 2 is meer gericht op de cursist zelf en de ontwikkeling van zijn competenties. In module 7 gaat het om het beïnvloeden van organisaties, waarbij de eigen competenties natuurlijk gebruikt worden. Centraal daarbij staat het concept van situationeel adviseren. Dit wil zeggen het hanteren van verschillende adviesstijlen afhankelijk van de context van de organisatie, de cultuur, de structuur en het probleem. Inzicht wordt aangereikt in de wisselwerking tussen eigen gedrag en de organisatie.

 

Module 8: Managementsystemen

In deze laatste module komt al het eerder geleerde bij elkaar in het thema managementsystemen. Aangetoond wordt dat arbomanagement op velerlei manieren kan worden ingevuld. De verschillende ontwikkelingsfasen van een managementsysteem worden besproken. Ingegaan wordt op organisatiekunde, OHSAS 18001 en de relatie met ISO 9001 en ISO 14001. Aangegeven wordt op welke wijze een arbomanagementsysteem geïmplementeerd kan worden en welke valkuilen men daarbij tegen kan komen. Tenslotte wordt een bedrijfsorganisatie door middel van een audit beoordeeld.

 

Scriptie

In het scriptietraject werkt de cursist aan een praktijkopdracht, bij voorkeur in het bedrijf waar de cursist werkt of bij een grote klant. De opdracht betreft meestal een veiligheidsprobleem dat op dat moment in het bedrijf aan de orde is. Hiermee wordt bereikt dat zowel het bedrijf als de cursist baat hebben bij de scriptie en kost het relatief de minste tijd. Het uitwerken van de opdracht onder begeleiding van een mentor resulteert uiteindelijk in een scriptie.