De HVK-er
In alle sectoren van de maatschappij hebben leidinggevenden een verantwoordelijkheid in het risicomanagement op het terrein van veiligheid en arbeidsomstandigheden. Deze is met name gericht op het voorkomen van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van schade aan mens, middelen en milieu. Daarnaast is het waarborgen van de kwaliteit van diensten en producten van belang.
De opleiding Hogere Veiligheidskunde is inmiddels een begrip bij verantwoordelijken voor risicobeheersing in een industriële en bedrijfsmatige omgeving. Veiligheidskundigen veelal werkzaam in diverse branches in de industrie zoals de chemie, offshore, bouw, nutsbedrijven en voedingsindustrie. Overheidsorganisaties zoals defensie, brandweer en gemeentelijke instellingen kiezen voor een eigen interne veiligheidskundige. Daarnaast zijn veiligheidskundigen werkzaam bij dienstverlenende organisaties voor de industrie zoals consultancy organisaties, certificerende instellingen, verzekeraars en arbodiensten.
De opleiding is bedoeld voor een ieder die zich wil kwalificeren als veiligheidskundige:
-
met een dienstverlenende of coördinerende adviesfunctie binnen een bedrijf, adviesbureau of arbodienst, zoals preventiemedewerkers, arbocoördinatoren, KAM-medewerkers en SHE-functionarissen;
-
met een auditorfunctie binnen het bedrijf, certificerende instelling of verzekeraar;
-
met een ontwerpfunctie binnen een technisch advies- of ontwerpbureau;
-
met een opleidings- of trainingsfunctie gericht op het kwalificeren van werknemers op het terrein van veiligheid en gezondheid op de werkplek;
-
die als zelfstandige bedrijven en instellingen ondersteunt op het gebied van arbozaken.
-
werkzaam als inspecteur c.q. handhaver.
COMPETENTIES VAN DE HVK-ER
De cursist die de opleiding Hogere Veiligheidskunde heeft voltooid beschikt over de hieronder genoemde kennis en vaardigheden. Daarin zijn twee hoofdstromen te onderscheiden:
| A. | De vakinhoudelijke expertise: hierbij gaat het zowel om inhoudelijke kennis als om kennis van modellen en systemen, op een hoger abstractieniveau. |
| B. | De vaardighedenkant: op basis van eigen competenties en kennis van organisatiestructuren en -culturen organisaties in positieve zin op veiligheidskundig gebied beïnvloeden. |
A. Vakinhoudelijke expertise
Wet- en regelgeving
- Kent de verschillen tussen de rechtsgebieden strafrecht, privaatrecht en bestuursrecht.
- Is op de hoogte van de verschillende soorten regelgeving en kent de belangrijkste wetgeving m.b.t. preventie.
- Kan de Arbowet zodanig doorgronden, dat hij/zij deze kennis logisch en integraal kan hanteren bij de advisering aan het bedrijf.
- Kan de aansprakelijkheid in straf- en civielrechtelijke zin met betrekking tot arbeidsomstandigheden helder onderscheiden.
- Kent de hoofdlijnen van de Wet milieubeheer en de consequenties van die wet voor de bedrijfstak.
- Heeft een zodanige kennis van de wetgeving rond de risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen (majeure risico’s), dat hij/zij in staat is daarin de weg te vinden en op hoofdlijnen te kunnen adviseren.
- Heeft zicht op productveiligheid, projectmanagement en aanpalende veiligheidsthema’s.
Herkennen en beheersen van risico’s
- Beschikt over kennis van veiligheidszaken op het gebied van gevaarlijke stoffen, elektriciteit, machines, brand, bouwveiligheid, arbeidshygiëne onderwerpen als binnenklimaat, fysieke belasting en ergonomie, geluid en trillingen, toxische stoffen en biologische agentia.
- Kent de wettelijke verplichtingen die worden gesteld aan een risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE).
- Is op de hoogte van de plaats van de RIE in het grotere geheel van risicomanagement.
- Kent instrumenten die kunnen worden gebruikt bij het uitvoeren van een RIE en de procesvoering rondom het uitvoeren van een RIE.
- Is in staat om een arbobrede risico-inventarisatie en -evaluatie uit te voeren of de uitvoering van zo’n RIE te coördineren.
- Is in staat om te beoordelen wanneer op deelaspecten van een RIE een meer diepgaande analyse noodzakelijk is.
- Is in staat om te adviseren over de manier waarop de resultaten van een RIE kunnen worden vertaald naar implementeerbare maatregelen in prioriteit.
- Kan RIE’s beoordelen en toetsen.
- Kan op basis van de aangetroffen risico’s een advies over de bedrijfshulpverleningsorganisatie opstellen en een bedrijfsnoodplan opstellen.
Kan zelfstandig een oriënterend onderzoek naar beroepsgebonden gezondheidsrisico's uitvoeren, waarbij principes vanuit de vakgebieden arbeidshygiëne en bedrijfsgezondheidszorg (zoals de arbeidshygiënische strategie) worden toegepast.
Ongevallen
- Is in staat feiten te verzamelen over ongevallen aan de hand van diverse bronnen.
- Kan interviewtechnieken gebruiken bij gesprekken met getuigen.
- Heeft kennis van verschillende filosofieën over het ontstaan van ongevallen.
- Kent verschillende ongevallenanalysemethodes.
- Kan m.b.v. ongevallenanalysemethoden zelfstandig ongevallenanalyses en ongevallenonderzoek uitvoeren en de oorzaken daarbij herleiden tot achterliggende oorzaken en basisrisicofactoren.
- Kan advies uitbrengen over het voorkómen van het ontstaan van ongevallen.
Industriële risico’s
- Is op de hoogte van de implicaties van externe veiligheid en kent hiervan de wettelijke basis.
- Heeft begrip van identificatie en beheersing van risico's van installaties met gevaarlijke stoffen.
- Kan verschillende soorten explosies herkennen.
- Kan HAZOP, FMEA, DOW index, checklist en andere identificatietechnieken toepassen.
- Kan foutenboom- en gebeurtenissenboomanalyse en de bijbehorende kansberekeningsmethoden toepassen.
- Kan de noodzakelijke risico reductie inschatten via de SIL Classificatie.
- Kent de effect- en schademodellen voor diverse schademechanismen.
- Kan het Plaatsgebonden Risico en Groepsrisico berekenen.
- Kent de normen voor opslag van gevaarlijke stoffen (PGS15) en kan de ARIE rekenmethodiek toepassen.
B. Competenties en organisatiedeskundigheid
Managementsystemen en risicomanagement
- Heeft kennis van arbomanagementsystemen.
- Kan deze kennis, in combinatie met de verworven vaardigheden, inzetten bij het implementeren en onderhouden c.q. uitbouwen van dergelijke systemen.
- Kent de factoren die invloed hebben op de continuïteit van een organisatie.
- Is op de hoogte van de basisprincipes van risicomanagement.
- Is op de hoogte van de risicobenadering in projecten en is in staat om de rol van de veiligheidskundige te definiëren met de daarbij horende resultaatgebieden.
- Is op de hoogte van aansprakelijkheidsrisico’s en de passende verzekerings- en financieringsmethodieken.
- Kan de verschillende ideeën van organisaties over zorgsystemen onderscheiden.
Rapporteren en presenteren
- Kan heldere/duidelijke/overzichtelijke schriftelijke rapportages vervaardigen.
- Kan duidelijke presentaties geven.
Competenties en organisatiedeskundigheid
- Kan zich een beeld vormen van de veiligheidskundige op vaardigheidsniveau en dat vertalen naar specifieke competenties en een eigen competentieprofiel.
- Heeft zicht op de eigen manier van leren en ontwikkelen.
- Kan verschillende typen organisaties en organisatieculturen onderscheiden.
- Heeft inzicht in de verschillen in effecten van adviezen op typen organisaties.
- Heeft inzicht in het belang van beïnvloeden (adviesvaardigheid) als competentie binnen de professionele deskundigheid.
- Kan de kwaliteit van organisaties analyseren op aspecten als strategie, structuur, cultuur en leiderschap.
- Is in staat verbindingen te maken tussen de kwaliteit van de organisatie en de kwaliteit van de arbeid.
- Is in staat het eigen handelen professioneel te verantwoorden aan klanten en vakgenoten in het kader van de beroepscode en kent de grenzen van eigen kennis en kunde.
- Is in staat om goed samen te werken met andere disciplines (bedrijfsarts, arbeidshygiënist en arbeids- en organisatiedeskundige).